weebly reliable statistics
Uitspraak Tunza Ndababonye - Moordzaken.com
Uitspraak Tunza Ndababonye

Uit Moordzaken.com

Ga naar: navigatie, zoeken

Uitspraak RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/601023-08 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 december 2008


in de strafzaak tegen


[verdachte], geboren op [1958] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], thans verblijvende in het huis van bewaring Het Veer, FOBA te Amsterdam, raadsman mr. T.A.H.M. van de Laar, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 9 december 2008, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 30 augustus 2008 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk en met voorbedachte rade, althans opzettelijk, [slachtoffer]van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, die [slachtoffer]met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, meermalen, althans eenmaal, in het (boven)lichaam gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer]is overleden.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het impliciet primair ten laste gelegde, te weten moord, wettig en overtuigend bewezen. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het feit op grond van het navolgende wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft ter zitting van 9 december 2008 een bekennende verklaring afgelegd . Zijn verklaring wordt ondersteund door de diverse processen-verbaal en schriftelijke stukken uit het dossier. Uit deze stukken en uit de verklaring blijkt hoe een en ander feitelijk is gegaan.

Op zaterdag 30 augustus 2008 rond 15.15 uur stapte een man, naar later bleek te zijn verdachte , het politiebureau Marco Polo te Utrecht binnen. Hij zei tegen de servicemedewerkster aan de balie: “Ik heb iemand neergestoken, ik heb haar drie keer gestoken.”. De man droeg een blauw trainingsjack met daaronder een geel shirt met bloedvlekken daarop. Toen hij in een aangiftekamer werd neergezet reageerde hij paniekerig en zei weer: “Ik heb een meisje neergestoken.”. In antwoord op vragen zei hij dat dit aan de [adres] was gebeurd en dat hij nog geen hulp had ingeschakeld, dat hij daarom naar het politiebureau was gekomen. Huilend zei de man: “Zij is 23 jaar. Ze had geen respect.”. Daarop is de man aangehouden . De politie is vervolgens naar het door de man opgegeven adres gegaan. Het bleek een flatwoning op de 4e etage te zijn. In het trapportaal behorende bij [adres] troffen zij op de 1e etage een nog levende ernstig gewonde vrouw aan. Tegen de balustrade stond een bebloed mes . De vrouw is enkele uren later in het ziekenhuis overleden . Bij sectie bleek zij zestien keer met een mes te zijn gestoken, onder andere in het hartzakje, de linkerlong, de maag en de milt. De combinatie van bloedverlies, orgaanfunctieverlies en verstikking (door ingeademd bloed) tengevolge van de steekletsels kunnen het overlijden zonder meer verklaren . Bloedspetters leidden naar de woning van verdachte. Er is in de woning niemand aangetroffen . Het slachtoffer huurde of verbleef in een (slaap)kamer in de woning van verdachte. Zij heette [slachtoffer], maar voerde zelf als voornaam [bijnaam slachtoffer] of [bijnaam slachtoffer] . Verdachte kende haar al jaren en zegt dat hij van haar hield als van een dochter . Verdachte meent (nog steeds) dat sprake is van een complot tegen hem om hem te bespioneren, te kwetsen en kapot te maken. Het slachtoffer zou daarvan deel uitmaken. Uit aantekeningen van verdachte in één van zijn notitieboekjes (onder meer van 29 augustus 2008) blijkt dat hij vervuld was van de complotideeën en dat hij van plan was om [bijnaam slachtoffer] te vermoorden . Verdachte is in de nacht van vrijdag 29 augustus op zaterdag 30 augustus naar buiten gegaan omdat hij niet kon slapen. Hij is aan de deur geweest bij het politiebureau op Kanaleneiland om aangifte te doen van het complot tegen hem, maar dat bureau was gesloten. Toen heeft hij bedacht dat hij óf een ander slot op de deur ging zetten zodat [bijnaam slachtoffer] niet meer bij hem binnen zou kunnen óf dat hij haar ging afmaken. Omdat er ’s nachts geen winkel open was om een slot te kopen heeft hij dat de volgende ochtend gekocht. Toen heeft hij besloten om het slachtoffer te doden. Hij had namelijk bedacht dat ook het slot kon worden nagemaakt. Hij is op zaterdag 30 augustus 2008 nog met een bekende meegegaan om een automat te kopen. Onderweg vanuit zijn flat naar beneden kwam hij op de trap het slachtoffer tegen. Hij deed expres lief tegen haar. Toen hij door zijn metgezel weer thuis werd afgezet, heeft hij deze om de tuin geleid doordat hij deed alsof hij naar zijn fiets liep die bij de bibliotheek gestald stond, maar hij is naar huis gegaan. Thuis lag het slachtoffer op de bank. Verdachte zei dat hij ging fietsen, is naar de keuken gegaan en heeft daar een flesje water en een rol koekjes in een plastic tas gedaan. Verdachte heeft ook een vleesmes uit de keukenla gepakt en dit mes bij de spullen in de plastic tas gedaan. Vervolgens heeft hij het slachtoffer om vijf euro gevraagd. Terwijl zij zich opzij draaide om geld voor hem te pakken is hij begonnen met steken. Het slachtoffer is nog uit de flat weten te komen maar is drie trappen lager in de hal gestrand. Verdachte heeft de flat door het raam verlaten en is via de steigers die om zijn flat stonden naar beneden geklommen . Verdachte heeft het mes herkend van een aan hem getoonde foto van het in beslag genomen mes als zijnde het mes waarmee hij gestoken heeft . Verdachte verklaart dat hij normaal gesproken medicijnen gebruikte tegen hyperactiviteit, maar die dag bewust geen medicijnen te hebben gebruikt omdat hij van plan was om [bijnaam slachtoffer] te doden . Overigens was verdachte ongeveer drie maanden voor het delict ook gestopt met het gebruik van Orap, een antipsychoticum. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 30 augustus 2008 te Utrecht opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer]van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg die [slachtoffer]met een mes meermalen in het lichaam gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer]is overleden.

4 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Omtrent verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt: - een psychiatrisch rapport van drs. W.C.J. Kramer d.d. 2 november 2008, onder meer – zakelijk weergegeven – inhoudende dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde leed en nog steeds lijdt aan een chronisch psychiatrisch toestandsbeeld in de vorm van een paranoïde schizofrenie. Zijn initiatief, voornemen, planning en uitvoering van het delict werden volledig daardoor bepaald. De psychiater komt tot de conclusie dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht; - een psychologisch rapport van drs. F.C.P. Zuidhof d.d. 27 oktober 2008, onder meer – zakelijk weergegeven – inhoudende dat verdachte vanuit een volkomen psychotisch toestandsbeeld tot delictvorming is overgegaan. De symptomen wijzen op schizofrenie, paranoïde type. Verdachte persisteert in zijn paranoïde waanideeën. De psycholoog komt tot de conclusie dat verdachte als ontoerekeningsvatbaar kan worden beschouwd. De rechtbank neemt voormelde conclusies over en maakt deze tot de hare.

De verdachte is, gelet op voormelde conclusies, niet strafbaar, zodat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging wordt opgelegd. 5.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 5.3 Het oordeel van de rechtbank De psychiater en de psycholoog achten toezicht op en behandeling van verdachte in een beveiligde setting gedurende meerdere jaren noodzakelijk om de kans op herhaling te voorkomen. De rechtbank deelt deze opvatting geheel. Het beeld dat de deskundigen in hun rapportages hebben geschetst – een verbijsterde, wanhopige en zieke man – komt overeen met de houding en het gedrag van verdachte ter zitting. Verdachte heeft onder invloed van een complotwaan een medemens vermoord. Deze afschuwelijke daad kan hem niet worden toegerekend, maar de maatschappij moet natuurlijk wel tegen verdachte worden beschermd. Gelet op de inhoud van de rapporten en de ernst van het feit is de rechtbank daarom van oordeel dat de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging noodzakelijk is. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten: - bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van het feit een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens; - op het gepleegde misdrijf is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld; - de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist die maatregel.

6 Het beslag

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp. De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien de voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen. De rechtbank zal het moordwapen onttrokken verklaren aan het verkeer.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 37a, 37b en 289 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: moord; - verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

Maatregel - gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;


Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter, mr. E.F. Bueno en mr. L. Bakker-Splinter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Bossink, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 december 2008.