weebly reliable statistics
David de la Roij - Moordzaken
David de la Roij

Uit Moordzaken

Ga naar: navigatie, zoeken
DaviddelaRoij.jpg
 
David de la Roij
Leeftijd 56 jaar
Datum 15 februari 2012
Moordplaats Hoensbroek
Moordwijze Schietwapen
Status Opgelost
Misdrijf Doodslag
Straf 8 jaar
LJN BZ6080

Op woensdagmiddag 15 februari 2012 omstreeks 12:45 uur wordt de 56-jarige David de la Roij neergeschoten door zijn 32-jarige zoon op bedrijventerrein De Koumen in Hoensbroek. David weet nog enkele meters te vluchten voor hij in elkaar zakt en overlijdt. Aanleiding voor de schietpartij is volgens bekenden een familieconflict.


Verdachte

De zoon is aangehouden, het onderzoek loopt.


Uitspraak

Rechtbank Limburg, 3 april 2013

Verdachte heeft bij de politie gedetailleerd verklaard en daarbij verschillende malen aangegeven wanneer hij het niet meer wist. Ook wanneer de rechtbank rekening houdt met de nuanceringen waarop de raadsman bij pleidooi heeft gewezen in verband met de audio-opnamen van de verhoren, is niet aannemelijk dat verdachte bij zijn verklaringen slechts heeft gegist hoe het gegaan zou zijn. De rechtbank vindt de verklaringen van de verdachte dan ook betrouwbaar en geloofwaardig.

De verklaringen zijn ook geloofwaardig op het punt dat sprake is geweest van een hevige gemoedsbeweging. Dit laatste vindt ondersteuning in de verklaring van de vriendin van verdachte dat hij bij het spoorslags verlaten van de woning de laptop open heeft laten staan, de verklaringen van getuigen over zijn normale gedrag in de ochtend van 15 februari 2012 en voorts dat verdachte voor de avond reeds zakelijke en privé-afspraken had gemaakt. Uit niets blijkt dat sprake is geweest van een plan om zijn vader van het leven te beroven. De rechtbank concludeert op basis van verdachtes verklaring en de geschetste omstandigheden, dat verdachte in hevige woede cq. drift is ontstoken, welke enige tijd heeft voortgeduurd en waardoor hij zich in de tijd die daarop volgde geen rekenschap heeft gegeven van de consequenties van zijn daad, maar evenmin van de consequenties die zijn daad ook voor hem privé hebben zou: onder meer langdurige opsluiting en verwijdering uit zijn jonge gezin, maar ook de kans dat de politie achter zijn wapenbezit en hennepteelt zou komen. De rechtbank neemt daarbij ook in ogenschouw dat de verdachte vanaf zijn aanhouding tot aan de behandeling ter terechtzitting steeds heeft volgehouden in hevige woede cq. drift te zijn ontstoken, daardoor niet te hebben nagedacht en min of meer automatisch te hebben gehandeld. De hevige emoties bij verdachte op dit punt komen bij de verschillende verhoren – waaronder ter terechtzitting – en ook bij het gedragskundige onderzoek telkens boven. Dat de passage over het misbruik in de brief van zijn vader verdachtes emotioneel zwakke plek raakte, vindt voorts ondersteuning in onder meer de verklaring van de vriendin van verdachte.

De bij verdachte ontstane woede cq. drift heeft vanaf het moment van het lezen van de krenkende zin voortgeduurd tot het doden van zijn vader en – gelet op de inhoud van de eerste verklaringen bij de politie – nog tot enige tijd daarna. De rechtbank acht aannemelijk dat het handelen daaruit kan worden verklaard en is van oordeel dat verdachte, mede in aanmerking genomen het korte tijdsbestek waarin zich alles heeft afgespeeld en de hevigheid van de emotie, daardoor ook niet in de gelegenheid is geweest zich over de gevolgen van zijn daad te beraden. De rechtbank overweegt daarbij dat zij anders dan de officier van justitie van oordeel is dat het bij het bewijzen van de voorbedachte raad gaat om de vraag of de verdachte in subjectieve zin de gelegenheid had om zich te beraden en niet om de vraag welke mogelijkheden hij daartoe in objectieve zin had maar onbenut heeft gelaten. Het gaat er anders gezegd niet om of verdachte in redelijkheid in de gelegenheid was zich te beraden, maar of verdachte daartoe feitelijk in de gelegenheid was en de rechtbank is van oordeel dat die feitelijke gelegenheid bij de verdachte heeft ontbroken.

De slotsom luidt dan ook dat de rechtbank verdachte vrijspreekt van moord, feit 1 primair, omdat de voorbedachte raad ontbreekt. De rechtbank komt als gezegd wel tot een bewezenverklaring van doodslag, feit 1 subsidiair.


De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 8 (acht) jaren.